bestaan 10

Existentie 10Bestaan 10

Slachtoffer van een waanzinnige spagaat: verdriet eisend, alleen bang.

Existentie 10 (Nederlands)

Het slachtoffer van een Gek
ben ik—

bang om alleen te zijn
hunkerend, eisend—
om verdriet te vragen

door tweedeling onvolmaakt
beste ik

Existence 10 (Engels)

Victim of a Madman—
dat ben ik.

Bang om alleen te zijn,
hankering, demanding—
vragen om verdriet.

By a split made imperfect—
Ik besta.

bestaan 9

Existentie 9Bestaan 9

Afkeren als enige daad; een waarschuwing zonder hoop.

Existentie 9 (Nederlands)

Ga je gang-
mij afwenden
is al wat ik doe

ze waarschuwen
achteraf
zonder hoepel

maar goed-

het is een
oer-zelfmoord

Existence 9 (Engels)

Ga je gang-
wegdraaien
is alles wat ik doe.

Ze waarschuwen
achteraf,
zonder hoop.

Het zij zo...

het is een
oerzelfmoord.

existence 7

Existentie 7Bestaan 7

What is left to tell: waiting within fear and dreams.

Existentie 7 (Nederlands)

Nog zoveel te vertellen
mezelf zijn
ik wacht

zullen ze terugkomen?
angst—
dromen—
dat is genoeg

Existence 7 (English)

So much left to tell—
being myself.
I wait.

Will they return?
Fear—
Dreams—
that is enough.

bestaan 8

Existentie 8Bestaan 8

Een consumptiebalans die op het vriespunt wordt gehouden.

Existentie 8 (Nederlands)

Je vreet me op
ergens diep in je
we balanceren—
ik verstar

Existence 8 (Engels)

Je eet me levend op
ergens diep in jou.
We balance—
Ik bevries.

existence 6

Existentie 6Bestaan 6

Two lines spin: rhythm as rescue, or as risk.

Existentie 6 (Nederlands)

Twee strepen draaien rond
worden dol
ritmisch, wiskundig—

onze lijnen, onze hoop
onze redding
zullen ze ritmisch blijven?

Existence 6 (English)

Two lines spin,
go mad—
rhythmic, mathematical.

Our lines, our hope,
our rescue—
will they keep time?

bestaan 4

Existentie 4Bestaan 4

Een beweging van “ik” naar “wij”: een test van samensmelting en scheiding onder hitte.

Existentie 4 (Nederlands)

Ik ga over in jou
u transformeert tot wij

eens zal ik
mogen verdwijnen
in jouw ja

wij degraderen tot ik
u blijft in uw hokje
wanneer is eens?

Existence 4 (Engels)

Ik ga in je over,
veranderen jullie in wij.

Op een dag kan ik
verdwijnen in je ja.

We degraderen tot ik,
je blijft in je doos-
wanneer is eens?

bestaan 5

Existentie 5Bestaan 5

Er verschijnt een spectrum; kleur als gewicht en onbereikbare pracht.

Existentie 5 (Nederlands)

Ik zie een spectrum
kleuren gonzen
het maakt de lucht zwaar

kleur over kleur
pracht die ik niet kan grijpen
waarom kleur-
waarom zo zwaar

Existence 5 (Engels)

Ik zie een spectrum,
kleuren zoemen
het maakt de lucht zwaar.

Kleur op kleur,
pracht die ik niet kan bevatten:
waarom kleur
waarom zo zwaar?

existence 3

Existentie 3Bestaan 3

A present without horizon; time folded to the size of a hand.

Existentie 3 (Nederlands)

Ik heb geen toekomst
alleen maar nu
wat altijd is

daarnet, gisteren,
verleden jaar.

Existence 3 (English)

I have no future,
only the now—
what always is:

just now, yesterday,
last year.

bestaan 2

Existentie 2Bestaan 2

Veroudering als een vernauwende gang: woorden jarenlang gezocht, angst in de mond gehouden.

Existentie 2 (Nederlands)

Je zoekt naar woorden
jaren lang
van al maar ouder worden
steeds vaag en bang

Existence 2 (Engels)

Je zoekt naar woorden
jarenlang...
van niets anders dan ouder worden,
altijd vaag, bang.

De rode lamp - Gedichten

De rode lamp - Gedichten

De gedichten van De rode lamp begon in Rotterdam, 1985. Strakke lijnen, hoge temperatuur, geen versiering. Elke tekst staat in het originele Nederlands naast de Engelse vertaling - een kale getuigenis die getrouw is weergegeven.

Taalbeleid: gedichten worden getoond in de origineel Nederlands met een nauwkeurige Engelse vertaling; verhalen zijn alleen gepubliceerd in het Engels.

Begin hier

  • Bestaan 1 (1985) - het openingsfragment: overleven, behoeftigheid en een vloek die naar een verslindende wereld wordt geslingerd.

Inleiding

De rode lamp begon als een klein bundeltje in Rotterdam, 1985. Geen opsmuk, geen omweg: korte lijnen die ademen als staal onder druk. De stad was grijs, de Maas trok koud door beton, en binnenshuis zocht men warmte in een ander. De lamp op het bureau gaf rood licht maar geen troost; hij markeerde een grens. Wie dichterbij kwam moest vuur weerstaan.

De gedichten die ontstonden waren niet geschreven met het nageslacht in gedachten. Ze waren niet bedoeld om geciteerd te worden, niet gecomponeerd voor de literatuur. Het zijn veldnotities, registraties van een gemoedstoestand in een tijd waarin eenzaamheid harder aankwam dan hoop. Toch staan ze hier weer, bijna veertig jaar later: Nederlands naast Engels, schaars naast zorgvuldig vertaald. Hun taak is onveranderd - om te getuigen, om door te zetten, om spraak op zijn plaats te houden wanneer zwijgen veiliger zou zijn.

De sfeer van die jaren is nog steeds aanwezig in het ritme: abrupt, zuinig, weigerend om te dwalen. Rotterdam in het midden van de jaren tachtig was een plek van harde arbeid, schaars werk en onuitgesproken afstanden. De gedichten weerspiegelen dat klimaat. Het zijn geen gepolijste strofen maar samengeperste fragmenten, snel en onder druk geschreven, in de wetenschap dat morgen misschien een heel ander register nodig is. Als je ze nu leest, herbeleef je die spanning: hoe woorden weerstand kunnen bieden aan het vergeten, zelfs als de herinnering zelf weerstand biedt aan helderheid.

Tussen Rotterdam en nu

Geplaatst naast de latere verhalen vormen deze gedichten de ruggengraat van een groter project. Waar de verhalen zich uitstrekken en geografieën en culturen doorkruisen, plooien de gedichten zich naar binnen. Ze comprimeren ervaringen in een paar regels en geven zowel vorm aan afwezigheid als aan aanwezigheid. Dat contrast is opzettelijk. The Red Lamp ging nooit over het produceren van een enkele gedichtenbundel, maar over het zetten van een toon, het kiezen van een discipline, en die praktijk toe te staan om alles wat daarna kwam te informeren.

Elk gedicht is daarom meer dan een geïsoleerd fragment. Het maakt deel uit van een zuinig taalgebruik dat zich voortzet in essays over Korea, beschouwingen over het boeddhisme en verhalende stukken over reizen en ontmoetingen. De stem is ouder geworden, de settings zijn veranderd, maar het principe blijft: spreek alleen wat gewicht in de schaal legt en laat stilte intact waar woorden zouden verraden.

Afsluiting

Vandaag de dag staan deze gedichten in een bredere context. Ze horen niet alleen bij een Rotterdamse kamer midden jaren tachtig, maar bij een oeuvre dat sindsdien is uitgebreid met verhalen, essays en reflecties uit Korea. Waar de eerste lijnen het zelf blootlegden, richten de latere teksten zich op ontmoeting en constructie. De lijn is echter ononderbroken: dezelfde economie van woorden, dezelfde weigering van ornament, dezelfde vaste gerichtheid op wat er toe doet.

Deze pagina verzamelt de gedichten van De rode lamp in hun oorspronkelijke scherpte en toont ze naast hun Engelse vertaling. Het zijn geen verslagen van geluk, maar van uithoudingsvermogen. Geen herinneringen om bij weg te dromen, maar om wakker bij te blijven. Ze horen bij een groter project dat waarheid, verbinding en compassie centraal stelt. In dat licht brandt de rode lamp nog steeds - niet als relikwie, maar als standaard.

Lezers worden uitgenodigd om de gedichten een voor een te verkennen, niet als nostalgische artefacten maar als levende getuigenissen. Ze lijken misschien minimaal, maar elke regel draagt het gewicht van zijn tijd en het spoor van een gelofte: eerlijk blijven, weerstand bieden aan versiering en blijven spreken, zelfs als de stilte in de verleiding komt. In die gelofte ligt de continuïteit van het werk - van Rotterdam tot Korea, van het eenzame bureau tot de wijde wereld, altijd met zijn hart naar ...