Reading Time: 8 minutes
Hugo J. Smal verzameld werk
Koop nu en help de website. Shop

Mijn leven stel ik (Hugo J. Smal – Hoofdredacteur The Mantifang) me voor als een huis waarin ik tijdelijk woon. Het is omringd door oude bomen die bij storm hevig heen en weer keer kunnen zwaaien. Sommigen hebben bliksemschade en anderen staan eigenlijk al heel lang fier overeind. Na een regenbui, wanneer het zonnetje heerlijk schijnt is het een liefelijke plek. Bloemen vormen een natuurlijke tuin die een geheel vormt met de omgeving. Er zijn geen hagen of afrasteringen, op Koreaanse wijze is de tuin een verlengstuk van de natuur, een oase waar je ongemerkt in en uit loopt.

 
De heipalen die het huis ondersteunen bestaan uit nieuwsgierigheid, mindfulness, creativiteit, fantasie geest verruiming en zelf cultivatie. Vertrouwend op mijn stilte, altijd op zoek naar kennis en innerlijke zelfverrijking, ben ik graag in deze imaginaire omgeving. Ik mag het huis zelf inrichten want het is mijn leven. Die vrijheid heb ik met mijn geboorte veroverd.
 
De huiskamer
This was my living room at the Baedagol themepark. www.baedagol.com
Dit was mijn huiskamer bij het themapark Baedagol. www

De huiskamer is uiteraard Oost Aziatisch ingericht. Fusion tussen Koreaanse, Japanse en Chinese meubelen. De ornamenten zijn vanwege mijn vele reizen naar Korea uit dat door mij zeer geliefde land. Er staan veel kamerplanten want ik bevind me graag tussen het groen. Aan de muur prijken de schilderijen en tekeningen van mijn vriendin Mickey Paulssen . Mijn Boeddha-wand hangt op de gang. Vergeleken bij het werk van Mickey is dat heel amateuristisch. Maar voor de zelf-cultivatie was het noodzakelijk dat ik hem maakte.

Mijn Boeddha-wand hangt op de gang. Vergeleken bij het werk van Mickey is dat heel amateuristisch. Maar voor de zelf-cultivatie was het noodzakelijk dat ik hem maakte.
Het belangrijkste meubelstuk in de huiskamer is de bank. Voorzien van grote en dikke kussens is het een comfortabele plek om televisie te kijken. Ik geniet van detectives. Vooral de “who-done-its” als Morse, Dalziel and Pascoe, de Scandinavische oplos moorden en natuurlijk C.S.I. en dergelijk uit Amerika. Ik mag ook graag een DVD draaien. Ik heb een kleine collectie Korean Wave (Hallyu) films.

Vooral Kim Ki Duk is a favourite. Zij “Spring, Summer, Fall, Winter … and Spring” is adembenemend; een meditatie op zich. En ook die Isle en Bin Jip moet je hebben gezien.The Vengeance Trilogie, Old boy, Sympathy for Mr Vengeance and Lady Vengeance van Park Chan-wook is zo zwart, gewelddadig en toch met zeer begrijpbare hoofdpersonen. Het leven zoals het eigenlijk niet zou mogen bestaan wordt er neergezet alsof het plaats vindt in je eigen straatje. Wanneer je drama wilt dan zijn de Koreaanse films top. Gwoemul vertelt met humor (althans dat vind ik) over een monster in de Han rivier. Ook de historische drama’s zijn zeer de moeite waard.

Westerse films

Robin Williams heeft volgens mij geen enkele slechte film gemaakt. Van “The world according Carp” tot “Boulevard”, allemaal zijn het verhalen die je meerder keren kan bekijken. Oké, “Jumanji”, “Mrs. Doubtfire”, zijn kinderfilms, vindt ik wat minder maar in gezelschap van een kleine zal ik zeker meekijken. Verder kijk ik graag naar Michael J. Fox, Dustin Hofman, Tom Hanks en oudere knarren als Jean Paul Belmondo (vooral met Godard) en Paul Newman. Filmhuis verhalen, ik ga ze niet uit de weg. Vroeger had het Rotterdams Filmfestival kijk marathons. Vierentwintig uur kijken naar films als bijvoorbeeld “Kommisar” van Aleksandr Askoldov, diep treurig maar uiterst boeiend.

De muziek

Zwevend door het huis mijn muziek collectie. Ik kan niet zonder en de smaak is breed. Bovenaan staan de drie B’s: Bowie, Brell en Bob. Ik betrap mezelf erop dat ik de laatste, ja natuurlijk is dat Dylan, soms maanden achter elkaar draai. Hij is al bij me sinds ik in 1971 “The concert for Bangladesh” van Oma Smal kreeg. Van dit concert mag je zeker het optreden van Leon Russel from this concert. niet missen. Ook het gitaar duel tussen George Harisson en Eric Clapton “While my guitar gently weeps” is een hoogtepunt. Ravi Shankar vulde mijn hoofd met het geluid van andere culturen.

Waarom trad John Lennon daar eigenlijk niet op. Yoko natuurlijk weer. John had toegezegd maar wilde perse samen met haar optreden. George wilde geen avant garde aan het eind van het concert. Dus vertrok John twee dagen voor het feest uit New York. Hoe zou hij daar achteraf op terug gekeken hebben. “Imagine” tegenover , “In the middle of a shave, In the middle of a shave, I call your name…. Oh Yoko”. Hoe verscheurd kan je zijn?

Dylan dus. Zijn beste lied vind ik “Blind Willie Mctell”. Het lied gaat over de geschiedenis van de slaven in Amerika maar het geeft op de een of andere manier mijn zijn in Korea weer. Ik voel het lijden van het Koreaanse volk. In mijn gedachte vervang ik de Amerikaanse namen van genoemde steden voor die van Korea en dan past het allemaal. Het laatste refrein dicht:

“Well, God is in heaven. And we all because what’s his. But power and large and corruptible seed, seem to be all there is. I’m gazing out the window, or the St. James Hotel. And I know no one can sing the blues. Like Blind Willie McTell. “

Bowie was al reisgezel vanaf 1969. Zijn “A space oddity”, is voor mij misschien wel het beste verhaal over de mooie eenzaamheid die ik soms van binnen voel. Er is ook lelijke eenzaamheid. Die ken ik ook maar hier bedoel ik de eenzaamheid van de eerste zin van de bijbel: “In den beginne schiep God de hemel en de aarde.”  Toen alles dus nog leeg en schoon was. Of de eenzaamheid die straalt uit de verstilde lach van de Boeddha. Misschien is zelf-cultivatie wel het op zoek zijn naar deze stilte. Wanneer ik die gevonden heb op mijn sterfbed zal ik blij zijn. Een ding staat vast: vlak daarna zal ik hem zeker vinden.
Ik zag Bowie op 14 mei in 1976 in het Sportpaleis Ahoy te Rotterdam. Het optreden begon met een film van Dali en Bunuel “Un chen andalou” Daarna “Station to Station. Hoe dat aanvoelde zie je hier:
 
Toen Bowie in 1983 zijn sound check deed in de Kuip, ik woonde op vijf minuten lopen afstand, kwam mijn buurvrouw klagen dat mijn muziek te hard stond. In 1976 was het niet alleen de muziek van Bowie die me aantrok. Ik spaarde me rot om dezelfde bandplooiboek en hetzelfde kostuum dat hij droeg te kunnen kopen. Let wel; die broek kostte toen fl 225,- wat nu zo’n € 600,- zou zijn.
Hoeveel dat kostuum kostte weet ik niet meer maar het had een kort overslag kolbert en was mascotte-vloeitjes-groen. Dus het kan nooit teveel geweest zijn. Ja ik was een dandy. Het leuke van Bowie vindt ik dat hij Bob en Brell omarmt. Bob met zijn “Song for Zimmerman” en Brell met “The port of Amsterdam”. Er komt nog een vierde B achteraan hobbelen: Berthold Brecht. Bowie vertolkte “Baal” op onnavolgbare wijze. Mijn katten heette overigens in 1976 Jacques and Berthold. Hoe verslingerd kan je zijn.
De drie B’s, goed laten we er vier van maken, staan aan de top van de honderden muziekanten die ik bewonder. Ik noem er nog een paar: Waits, Marley, Young, Stones, Morrison, Beach Boys en dan stop ik maar. Wel noem ik nog het concert voor piano en viool van Beethoven. Wanneer ik naar die vioolstukken luister voel ik een meeuw vliegen. Ik zou een jaren durend muziekprogramma kunnen vullen met al die muziek die in mij hoofd zit. Ja, het is druk daar! 
 

De werkkamer

Jean-Paul Sartre was een Franse filosoof uit de 20e eeuw die beroemd was als existentialistische denker. Hij gebruikte zijn fictieve werken – zoals The Flies – vaak als literaire laboratoria om moeilijke filosofische concepten te onderzoeken. Sartre maakte voor het eerst een duik in de literaire wereld met zijn debuutroman Nausea in 1938. Hierin verkent hij enkele van zijn eerste ideeën over bestaan, bewustzijn en vrijheid. Maar het was in 1943 dat Sartre’s ideeën volledig ontwikkeld werden in zijn beroemde filosofische verhandeling, Het zijn en het niet, en in zijn toneelstuk De vliegen.www

Mijn bureau is altijd een zooitje. De administratie op een stapel, aantekeningen her en der verspreid en de boeken waarmee ik bezig ben geopend opgestapeld. Ze liggen ook op de grond. De boeken en aantekeningen vormen gezamenlijk de wanorde in mijn hoofd tijdens het schrijven. Steeds bouw ik een chaos van gegevens. Ik stel uit en leg de lat steeds hoger. Denk tijdens het neerpennen gelijk in plaatjes en reacties. De televisie staat altijd aan. Geklets op de achtergrond zorgt voor enige rust.

Dit vooral met wielrennen. Het liefst volg ik vanuit een ooghoek de Tour de France. Verhalen over kerkjes, kastelen en het landschap vullen de rustige woordenstroom. Af en toe een valpartij of spannende ontsnapping dan schrik ik op. Verdomme, weer die zin kwijt! Gelukkig, uiteindelijk komt het altijd goed.
Het gaat hier te ver om een overzicht te geven van alle boeken die ik heb gelezen. Veel komen vanzelf terug in mijn verhalen. Wel noem ik hier de schrijvers en boeken die veel invloed op me hebben gehad.

Allereerst de bijbel.

Ik ben Katholiek opgevoed en geloof me; daar kom je nooit meer vanaf. Al zou je dat willen. Een godsbegrip blijft voor eeuwig in je hersenpan aanwezig. Ook bij een afwijzing is er immers iemand die dat overkomt en die moet dus bestaan.
Jean Paul Sartre en Simone de Beauvoir waren hierbij goede opponenten. Het vrijheids denken van de existentialisten was voor mij werkelijk een eye-opener. Het was achteraf dan wel weer jammer dat Sartre zich niet kon bevrijden van de drank. Bovendien zat de Beauvoir altijd achter zijn vriendinnen  aan. Ze zat in een cel van jaloerzie gevangen. De alles moet kunnen relatie die ze hadden heeft haar gekke sprongen doen maken. Gelukkig zijn bij schrijvers uiteindelijk alleen de boeken die achterblijven het belangrijkst.
 

Filosofie

De terugkeer van Joachim Stiller heeft mij de ogen geopend voor het magisch realisme dat je soms tegenkomt in mijn verhalen en gedichten. De geschiedenis van de Westerse Literatuur van Bertrand Russel heeft mij tot denken aangezet. Dat boek zette heel wat ramen open. Later brak ik nog heel wat zekerheden af door het lezen van Korean Philosophy, its tradition and modern transformation . Vooral de  Boeddhistische monnik Wonhyo noopt me tot studie en ja natuurlijk op den duur geschrijf. Ditzelfde geldt voor Jinul en de Neo Confusianist Toegye. Ze maken nieuwsgierig.
Recent kreeg ik ter recensie“Chinese filosofie”van Karel van der Leeuw. De ruiten moesten er blijkbaar helemaal uit. Een leven lang lezen betekent blijven leren en dat is weer goed voor de zelf-cultivatie. Nieuwsgierig moet je blijven tot op het laatste moment! Ik besef nu dat het fundament van het huis een studie in de Cultuur wetenschappen had moeten zijn. Om dat nog te verwezenlijken lijkt me op mijn leeftijd te ambitieus. 
 

 

 

 

 

 

“Literatuur” en journalistiek

My magazine The Watergarden.
Mijn tijdschrift De Watertuin

Mijn werk is zowel “literair” als journalistiek. Literair zet ik tussen aanhalingstekens want of dat als zodanig wordt beoordeeld maakt de lezer gelukkig wel uit. Ik schrijf fictie en non-fictie verhalen waarbij het vaak een hele puzzel is om te achterhalen wat waar van toepassing is. Op dit moment ben ik bezig met een fictie verhaal over Korea bijvoorbeeld. De ervaringen van de hoofdpersoon zijn die van mij maar hij beleefd ook een groot avontuur, dat op zich op feiten is gebaseerd. Die moeten allemaal worden opgezocht en gecontroleerd. Ik heb dan ook een uitgebreide Korea bibliotheek. En heel vaak denk ik:

“Lang leve het internet!”

Het journalistiek werk richtte zich tijdens mijn “Watertuin”-jaren voornamelijk op dat speciale plekje achter het huis. Het ging veel over vijvers, vissen, bloemen en planten. Ook de tuinarchitectuur, de vrije natuur en bijvoorbeeld aquaria kwamen vaal aan bod. Kort gezegd: het ging over de leefomgeving. De leefomgeving van Japan en China hebben mijn speciale aandacht en die van Korea in het bijzonder.

Een hele plezierige bijkomstigheid van mijn werkzaamheden is dat ik soms de kans krijg om beginnende schrijvers op weg te helpen. Mensen met een specialisme hebben vaak een goed verhaal maar weten dat niet om te zetten in een te publiceren geheel. Ik begeleid ze daar graag in.

Wat er in de slaapkamer gebeurt of in keuken is hier van geen belang. Privacy is tegenwoordig nogal hot en niemand hoeft te weten hoe ik tegen alle kookwetten in mijn maaltijden bereid. Wel heb je ik je hier een inkijk gegeven in de overvolle, rumoerige maar soms ook zeer stille brein van de Hoofdredacteur van The Mantifang. Mijn brein is mijn huis en ik leef er graag in.

 
 

Wanneer je me een bericht wilt sturen: FB  of een e-mail: h.j.smal @ mantifang.com

4 months ago
The Tale of Genji: The Broom tree - comment H. J. Smal - mantifang.com

"The Tale of Genji: The Broom tree." Hugo J. Smal reads the Tale of Genji (Mursaki Shikibu). ... See more

« 1 of 6 »

JOIN OUR NEWSLETTER
I agree to have my personal information transfered to MailChimp ( more information )
Join the Mantifang newsletter and we will keep you up to date once a month
We hate spam. Your email address will not be sold or shared with anyone else.