Reading Time: 4 minutes

Een boek is een avontuur!

Het ligt al een aantal jaar op mijn nachtkastje: “The tale of Genji” van Murasaki Shikibu. Een zeer omvangrijk werk geschreven in Japan tussen 1000 en 1008 en behoort zeker tot de grote wereld klassiekers. Ik moet er klaar zijn voor zo’n werk. De geest open, mijn leergierigheid op scherp en mijn invoelingsvermogen diep.

Murasaki Shikibu

=>  biography

=>  grave

The Tale of Genji

=>  wikipedia

Ruling Family

=> Fujiwara

Paula Gomes

=>  Biograpy

John Irving

=>  official

Van Morisson

=> official

Carrickfergus

=>  text

https://www.famousinventors.org/murasaki-shikibu
Thanks to: famousinventors.org

Ik ben gewend om schrijvers ineens helemaal te lezen. Bij de grote schrijvers neemt dat veel tijd in beslag. Zo spendeerde ik heel wat maanden aan Tolstoi, Dostojewski en en andere dikke boeken schrijvende Russen. Dickens verslond ik al op heel jonge leeftijd. Shakespeare blijft voorlopig nog een uitdaging.
John Irving deed me zo rond mijn vijfentwintigste besluiten om de
pen voorlopig aan de wilgen te hangen. Ik moest eerst meer levenservaring opdoen, vond ik, wilde ik maar in de buurt komen van wat hij presteerde. “De wereld volgens Carp” , ik lees het nog steeds elk jaar. “Bidden wij voor Owen Meany”, zette voor mij de standaard voor wat het creëren van een roman figuur betreft. Hotel New Hampshire leerde mij dat de wereld in al zijn vergankelijkheid toch vol humor zit. Ik voelde me pas volwassen toen ik juist om de breekbaarheid van het bestaan, innerlijk kon lachen. Het Japanse Mono no aware raakt hier misschien wel aan.

Zelf cultivatie dus en daar de gevolgen van trekken. Een groot schrijver ontmoeten en dan
beslissen er zelf maar even mee op te houden. Alhoewel! Ik ben wel korte verhalen blijven
neerpennen. Dat doet me veel genoegen.

En wat gedichten betreft? Die schrijf ik niet. Die bestaan ineens. Ze komen voort uit mijn geest maar ik heb er zelf niet zoveel mee te maken. Mijn hand schrijft ze. Het is en blijft een groot onderbewust gebeuren.

“The tale of Genji”, dus. Een lijvig werk van 1182 pagina’s. Het is zeker 2 kilo zwaar en ik heb er zin in. Na de flinke inleiding – er is vooraf veel informatie nodig – ben ik nu al op pagina 13 en zit ik er helemaal in. Ik verheug me vooral op de 795 gedichten die ik te lezen te krijgen of beter gezegd zal moeten absorberen.

In het eerste hoofdstuk “Het Paulownia paviljoen”, overlijdt de moeder van Genji. Zij wordt
“Haven” genoemd en is de intieme metgezel van Kiritsubo, de Keizer. Haar titel is dan ook Kiritsubono Kõi. De Keizer is er onder de indruk. Haven was zijn grote geliefde
en ondanks dat hij uit verschillende vrouwen kon kiezen bleef hij alleen op zijn kamer.

Kiritsubo Kunisada II Utagawa 1823-1880
Kiritsubo Kunisada II Utagawa 1823-1880

Op bladzijde elf mompelt hij: “O, kon ik maar een tovenaar vinden om haar te zoeken, zodat ik tenminste te weten kwam waar haar lieve geest naar toe is gegaan.”

“Deze strofe komt uit “Het lied van oneindig verdriet en spijt” van Bai Juyi die leefde van 772 tot 846 in Chang China. Zo’n tweehonderd jaar voor de tijd waarin “The tail of Genji”, zich afspeelt.”
Het doet me denken aan een lied gezongen door Van Morrison. Niemand weet wie het heeft geschreven maar de liefde is diep en de zorgen, verdiet en spijt zijn onoverkomelijk. Is het rouw wegzakkend in een diepe depressie? Het laatste lijkt me het geval. Dit zeker wanneer ik het laatste couplet mompel.

I’m drunk today and I’m rarely sober, A handsome rover from town to town. Oh but I am sick now and my days are numbered. Come all ye young men and lay me down”

Verderop zingt de zanger:

And in Kilkenny it is reported. On marble stone there as black as ink. With gold and silver I did support her. But I’ll sing no more now till I get a drink.

Als dit niet over “het zwarte gat gaat” gaat, over heimwee naar betere tijden dan weet ik het niet meer.

Ook Kiritsubo is volgens mij depressief. Hij kan niet aan zijn verplichtingen voldoen. Hij heeft geen zin in vrouwelijk gezelschap en van de schone kunsten ziet hij hij alleen de zwarte kant. Hij maakt zich zorgen over de opvoeding van zijn zoon Genji en weet niet écht hoe nu verder te gaan. Spijt over het verleden, zorgen over het heden en angst voor de toekomst; ik schreef er al heel jong een gedicht over waarvan Paula Gomes, mijn toenmalige literator, zei: “Met dit gedicht hoef je eigenlijke nooit me wat te schrijven.”

“Je zoekt naar woorden.
Jaren lang.
Van al maar ouder worden.
Steeds vaag en bang.”

ja, ja depressies dus. Ze zijn van al tijden, alle volkeren en ze overkomt je waar je ook staat op de sociale ladder. Ze komen en gaan als de wind. Je kan er uit eindelijk niets anders aan doen dan het je laten overkomen.

Pagina 13 dus van “The tale of Genji”, een ruim twee kilo wegende vertelling die ik aanval als een groot avontuur. Nog geen procent gelezen van het 1180 pagina tellende en niet écht opwekkende boek. Dat belooft nog heel wat. Ik beloof je dat ik verslag zal blijven doen van de uitdaging. Ik hoop wel dat het hier en daar wat volijker wordt. Ook in de literatuur mag worden gelachen. Dat hoop ik toch maar.

JOIN OUR NEWSLETTER
I agree to have my personal information transfered to MailChimp ( more information )
Join the Mantifang newsletter and we will keep you up to date once a month
We hate spam. Your email address will not be sold or shared with anyone else.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *